Sneeuw op de zonnestroompanelen

Sneeuw op de panelen

Sneeuw op de panelen

Toen ik gisterochtend omhoog keek toen ik naar mijn werk ging zag ik dat er op ons dak nog sneeuw lag – en op de daken van al onze buren niet meer.

Ik vermoed dat dat komt doordat ik vorig jaar een luik gemonteerd heb in het trapgat naar zolder, waardoor warme lucht uit het huis niet op kan stijgen en door het dak verloren kan gaan.

Het nadeel is dus wel dat er ook vrij lang sneeuw op de zonnestroompanelen blijft liggen, maar door de lage opbrengsten in dit jaargetijde maakt dat niet zoveel uit. De hoeveelheid energie aan aardgas die dit bespaart is vrijwel zeker veel meer dan de hoeveelheid energie aan zonnestroom die we mislopen.

Gemeenteraadsverkiezingen 2010

Stemmen

Stemmen

De gemeenteraadsverkiezingen van 2010 worden gehouden op 3 maart, dat is dus al over een goede maand. Hoe de lokale politiek met milieu, duurzaamheid en energie omgaat is net zo belangrijk als de landelijke en Europese politiek. De lokale politiek heeft veel invloed op zaken als verkeer maar ook energie-eisen aan nieuw te bouwen of te renoveren woningen.

Ik woon in Hilversum, waar een paar zaken spelen:

  • Verkeer. Hilversum staat landelijk bekend als ‘de stad waar je niet met de auto heen moet, want het staat altijd vast’. Het is inderdaad waar dat het vooral in de spits erg druk is met auto’s op het Hilversumse wegennet. De lokale kranten besteden een aardig deel van hun ruimte aan berichtgeving over het verkeer. De gangbare mening is dat het verkeersprobleem met technische middelen wel opgelost kan worden, zoals meer en bredere wegen, hier en daar éénrichtingsverkeer, verkeerdoseermiddelen etc. Het is duidelijk dat dit alleen maar lapmiddelen zijn, het basisprobleem is dat te veel auto’s zich over een wegennet proberen te worstelen wat daar helemaal niet op berekend is. Er zijn (al tijden) plannen voor een HOV-verbinding tussen Hilversum en het naburige Huizen, maar dat wil maar niet van de grond komen.
  • Energie. Hilversum heeft geen ‘vieze’ industrie met walmende schoorstenen maar draait voor haar economie bijna uitsluitend op de diverse omroepen en veel mediabedrijven, en de ondersteunende toeleveringsbedrijven. Deze zijn inderdaad ‘schoon’ maar zijn wel afhankelijk van een stabiele en goedkope energievoorziening. Ik vraag me af hoe deze sector omdenkt te gaan met sterk stijgende energieprijzen. Ook heeft deze sector direct te maken met de verkeersproblemen omdat veel werknemers van buiten Hilversum komen en daardoor dagelijks moeten forenzen, veelal met de auto.
  • Energieverbruik woningen. Hilversum heeft veel woningen uit de jaren ’30 (de eerste groeiperiode door de komst van de spoorlijn) en de jaren ’50 (groei na de Tweede Wereldoorlog). In veel van deze woningen is de isolatie maar matig, wat zorgt voor een onnodig hoog energieverbruik. Er is hier en daar nieuwbouw, welke veel beter geïsoleerd is dan de oude woningen, maar ik vraag me af of daar door lokale regelgeving niet alvast een sprong naar de toekomst gemaakt kan worden. Zo is een energie-nul woning niet zo heel moeilijk te realiseren, en zijn energie-plus woningen prima mogelijk, als de lokale regelgeving dit af zou dwingen.
  • Subsidies. De gemeente Hilversum verstrekt op dit moment subsidies voor o.a. woningisolatie, zonnestroompanelen, zonneboilers, HR++ glas, etc. Dat is mooi maar ik ben benieuwd wat de diverse lokale partijen in de komende periode 2010-2014 denken te gaan doen, want ik zie in Hilversum bijzonder weinig zonnestroompanelen en zonneboilers.
  • Groen/groei. Hilversum wil graag groeien en vele marktpartijen lonken daarbij naar het vele groen wat de stad omringt. Hier is al vele jaren veel getouwtrek om.

Ik ben erg benieuwd hoe de diverse lokale partijen over deze onderwerpen denken. Ik ga daarom hun partijprogramma’s goed doorlezen en ik zal daar een overzicht van geven op deze website. Als de partijprogramma’s me niet specifiek genoeg zijn schrijf ik alle partijen misschien wel aan. Zo ben ik erg benieuwd of ze op de hoogte zijn van het begrip Peak Oil en hoe ze dat in hun beleid meenemen.

Kombikraftwerk

Kombikraftwerk

Kombikraftwerk

Duitse woorden kunnen zo lekker krachtig klinken. ‘KOMBIKRAFTWERK’. Dit woord klinkt niet alleen krachtig, het is het ook in betekenis.

Een veelgehoord argument tegen elektriciteitsopwekking uit duurzame stromingsbronnen zoals zon en wind is dat de opbrengst op een gegeven moment niet te voorspellen valt en dat er, zo wordt dan gezegd, voor elke MW aan bijgeplaatste zonne-/windenergie ook een MW aan fossiele elektriciteitscentrale bijgeplaatst moet worden om de elektriciteitslevering ook bij duisternis/bewolking/windstilte op te kunnen vangen. Dit argument klinkt in eerste instantie heel aannemelijk en het wordt daarom door veel mensen geaccepteerd.

Het is echter geen goed argument, en wel om twee redenen:

  1. Tot een aandeel van zo ongeveer 20-25% duurzame opwek in de elektriciteitsmix is er geen enkel probleem. De schommelingen in opwek gaan volledig op in de normale schommelingen van verbruik. Anders gezegd: de fossiele opwekkers – die bij deze percentages de basisopwek vormen – heb nauwelijks last van de duurzame opwekkers. Ze zullen alleen vaker merken dat er teruggeregeld of zelfs afgeschakeld moet worden – en dat is natuurlijk precies de bedoeling. Ook hogere percentages duurzame opwek, 40 en 50% worden wel genoemd, is er nog niet veel aan de hand. Het weer is een paar dagen van te voren vrij nauwkeurig bekend en daarom kan goed voorspeld worden hoeveel energie er beschikbaar is. Bij tekorten kan stroom uit het buitenland ingekocht worden, bijvoorbeeld via de NorNed-kabel vanuit Noorwegen. Omdat in Noorwegen heel veel van waterkracht gebruik wordt gemaakt is daar iets bijzonders mogelijk: sommige waterkrachtcentrales kunnen water bij stroomoverschot terug omhoogpompen waardoor energieopslag mogelijk wordt.
  2. Ook bij nog veel hogere percentages duurzame opwek – tot wel 100% – kunnen we zonder fossiele centrales. Het geheim? Een slim gestuurd elektriciteitsnet. Aan de universiteit van Kassel, in Duitsland, heeft men onderzoek gedaan naar hoe zo’n volledig op duurzame opwek draaiend net toch in alle gevallen aan de vraag kan voldoen. Het experiment nam drie windparken, twee biomassacentrales, een aantal zonnestroomcentrales en een waterkrachtcentrale met opslagmogelijkheid en koppelde deze d.m.v. en computernetwerk aan elkaar. Het doel was om voor langere tijd een vastgesteld percentage van het Duitse elektriciteitsverbruik op te wekken, puur uit duurzame bronnen. Hiervoor werd het totale verbruik van Duitsland gemonitord, en werden de duurzame bronnen precies zó geregeld dat ze het afgesproken percentage van de vraag opwekten. Als het bv. in Zuid-Duitsland bewolkt was zodat de zonnestroominstallaties daar weinig elektriciteit produceerden, waaide het waarschijnlijk in Noord-Duitsland zodat het windpark daar dat op kon vangen. Bij te weinig productie uit de stromingsbronnen werd de biomassacentrale bijgeschakeld waardoor levering van het afgesproken deel altijd gegarandeerd was. Niet alleen tekorten moesten opgevangen wordt: ook een teveel aan productie moet voorkomen worden. Hiervoor werd de waterkrachtcentrale gebruikt. Als het in meerdere regio’s tegelijk zonnig was én hard waaide pompte de waterkrachtcentrale het water uit het dal omhoog naar het hoger gelegen reservoir. Bij tekorten liep het water weer omlaag en werkten de pompen als generatoren zodat stroom werd opgewekt. Hiermee kon elektriciteit dus opgeslagen worden.

Dit experiment maakt duidelijk dat de volledige elektriciteitsvoorziening in theorie op duurzame bronnen kan draaien. Nu betekent ‘in theorie’ meestal ‘in de praktijk niet echt’ maar dit experiment laat volgens mij zien dat het ook in de praktijk prima mogelijk is. Een basisvoorwaarde is natuurlijk dat er voldoende duurzame opwekcapaciteit is – dat is in Duitsland steeds meer het geval maar in Nederland blijven we helaas achter.

Hoe dan ook is dit een zeer interessant experiment omdat het aantoont dat als we echt zouden willen we prima zonder fossiele brandstoffen zouden kunnen, in ieder geval voor wat betreft de elektriciteitsopwekking. Het volgende filmpje vat samen hoe e.e.a. werkt:

Opvolger Twike komt er (misschien) aan

De Twike (waar ik ruim twee jaar geleden een middagje in rondgetoerd heb) is een leuk, licht elektrisch voertuigje maar zowel ontwerp als techniek waren een beetje gedateerd – hoewel steeds nieuwe accu’s werden ontwikkeld waardoor de actieradius toenam tot meer dan 200km.

TW4XP

TW4XP

Een paar mensen die direct en zijdelings met Twike te maken hebben zijn een opvolger aan het ontwikkelen, die momenteel nog luistert naar de ietwat cryptische naam “TW4XP“. Die naam staat voor “ThreeWheeler 4 X Prize” en daarmee wordt na wat research duidelijk wat er achter zit.

De X Prize Foundation is opgericht om d.m.v. grootschalige ‘wedstrijden’ doorbraken te forceren op diverse high-tech gebieden. Zo keerde de Foundation in 2004 US$ 10 miljoen uit aan de winnaar van de Ansari X Prize, het bedrijf Scaled Composites die als eerste commerciële bedrijf succesvol een (suborbitaal) ruimtevaartuigje lanceerde.

De Foundation heeft op dit moment de Progressive Automotive X Prize lopen, waaraan teams mee kunnen doen die ultrazuinige voertuigen ontwerpen. De voertuigen worden beoordeeld op zuinigheid, veiligheid, rij-eigenschappen, bruikbaarheid en grootschalige produceerbaarheid. De winnaars van de diverse klassen krijgen een geldprijs waarmee de productie opgestart kan worden.

De TW4XP (er is een prijsvraag waarmee de uiteindelijke naam bepaald wordt) is net als de Twike een driewieler, met pedaalondersteuning. Van dat laatste was ik geen groot fan, ik vond de Twike zonder fietspedalen makkelijker rijden, maar Twike verkoopt voor ruim 90% de versie met pedalen dus kennelijk spreekt het veel mensen aan. Op de site zijn momenteel nog niet veel details te lezen, en het lijkt er zelfs op dat er nog geen fysiek prototype is, alleen door de computer gegenereerde plaatjes. Bij de specificaties is te lezen dat de topsnelheid boven de 80 mijl per uur (= ± 130 km/u) moet komen te liggen, wat flink hoger is dan de topsnelheid van de huidige Twike: 85 km/u. Het energieverbruik lijkt helaas flink hoger te zijn dan van de Twike: 16 kWh per 100 km tegen 5 kWh per 100 km voor de Twike, maar dat was te verwachten met een hogere snelheid. Ik hoop dat de ontwerpers trouw blijven aan het onderliggende concept van de Twike door het voertuig zeer licht te houden. Lichte voertuigen verbruiken minder energie (zowel tijdens productie als bij het rijden) en zijn veel veiliger voor de écht duurzame weggebruikers zoals fietsers en voetgangers.

Ik hoop dat we hier nog veel van horen.

TV-programma Buitenhof over duurzaamheid

buitenhof-logo-150x150In het televisieprogramma Buitenhof werd vandaag aandacht besteed aan duurzaamheid in Nederland. Aan tafel schoven aan Diederik Samson (Tweede Kamerlid voor de PvdA), Wubbo Ockels (ex-astronaut en hoogleraar duurzame technologie aan de TU Delft), Bouwe de Boer (energiecoördinator Leeuwarden) en Marco van Veen (directeur van SolarNRG, toevallig het bedrijf wat onze zonnestroompanelen geplaatst heeft).

De uitzending is op zich niet oninteressant, maar begint inmiddels te lijken op een vastgelopen grammofoonplaat: de mensen uit de praktijk zijn totaal ontevreden over de regelingen zoals die op dit moment in Nederland bestaan, en de politiek (in dit geval vertegenwoordigd door Diederik Samson) vindt dat het allemaal wel meevalt.

De uitzending wordt dinsdag 12 januari 2010 herhaald, en is ook online te bekijken.

Gelukkig nieuwjaar!

gelukkig_20102010 is officieel begonnen en daarbij horen natuurlijk de beste wensen en goede voornemens :)

Ik wens iedereen gezondheid en geluk toe, en veel zon op de zonnestroompanelen en wind op de windturbines. Laten we hopen dat we in Nederland eindelijk eens wat voortgang kunnen boeken op het gebied van duurzaamheid. Wellicht dat de dalende prijzen van zonnestroompanelen kunnen bereiken wat het haperende SDE-subsidiesysteem niet lukt: veel meer blauw op de Nederlandse daken.

Voor wat betreft de goede voornemens: ik hoop dat ik voldoende tijd en rust kan vinden om leuke berichtjes voor de website te schrijven, dat ik een begin kan maken met de regenwateropvanginstallatie en dat we ons energieverbruik zo laag kunnen houden als het nu is, of mogelijk zelfs nog te verlagen.