1 september 2011: het einde van de 60 Watt gloeilamp

Het einde van het gloeilamptijdperk nadert

Vandaag is de laatste dag dat de heldere 60 Watt gloeilamp in de schappen ligt. Morgen, 1 september, mogen ze niet meer verkocht worden. Dus vanavond nog gauw naar de super- of bouwmarkt? Welnee. Er zijn alternatieven voldoende:

  • Spaarlamp. Een volwassen product wat per brand-uur vele malen minder kost dan een gloeilamp. Bij investeren in een goed merk (Megaman, Osram, Philips, e.a.) is de kleurtemperatuur warm genoeg voor woonkamergebruik. In de meeste armaturen in huis kunnen spaarlampen probleemloos geplaatst worden. Steeds meer spaarlampen zijn dimbaar, hetzij met een normale dimmer, hetzij met een normale schakelaar in stappen. Ik adviseer een factor vier aan te houden; vervang een 60 Watt gloeilamp door een 15 Watt spaarlamp. De meeste fabrikanten adviseren een factor vijf (60 Watt gloeilamp -> 11 Watt spaarlamp) maar in mijn ervaring ga je er dan op achteruit in verlichtingssterkte.
  • LED-lamp. Een opkomend product die in steeds meer gevallen een gloeilamp kan vervangen. De aanschafprijs is meestal vrij hoog, maar zelfs dan kost een LED-lamp dramatisch veel minder per brand-uur dan een gloeilamp, en ook substantieel minder dan een spaarlamp. Helaas zijn de verschillen in (licht-)kwaliteit groot en is het moeilijk vooraf te zeggen of je een goede lamp koopt. Ook gaan de ‘peertjes-vervangers’ nog niet tot heel hoge vermogens, de 60 Watt-vervanger is mondjesmaat te koop, maar de meesten geven minder licht.
  • De halogeenlamp. Philips heeft een tijd geleden de EcoClassic-lamp op de markt gebracht. Dit zijn feitelijk halogeenlampen in een glazen omhulsel. Gloeilampen kunnen één-op-één worden omgewisseld met deze lampen. Ze geven hetzelfde licht als een gloeilamp (omdat het mechanisme hetzelfde is, een gloeiende draad) en ze zijn dimbaar. Ze zijn iets zuiniger dan een gloeilamp, meestal zo’n dertig procent. Zo vervangt de 42 Watt EcoClassic een 60 Watt gloeilamp. Hiermee zijn ze een stuk minder zuinig dan spaar- en LED-lampen, maar op plekken waar deze twee niet zinvol zijn én bij de echte gloeilampliefhebber kunnen ze prima diensten bewijzen. Overigens verkoopt de Albert Heijn deze lampen ook onder hun eigen merknaam, deze zijn iets voordeliger.

Over het verbod zelf heb ik al eerder geschreven dat ik het niet de netste methode vind. Ik vind het ook uit verhouding; zelfs de zuinigste auto’s verstoken een liter benzine om zo rond de 25 kilometer te kunnen rijden. Op de energie in diezelfde liter benzine zou je tussen de vijftig en honderd 100 Watt gloeilampen een uur lang kunnen laten branden. De automobiel de duimschroeven wat aandraaien had dus veel effectiever geweest als dit gloeilampverbod. Zoals ik echter hierboven schrijf zijn er goede alternatieven voorhanden, en is er eigenlijk niet zoveel aan de hand.

Voor de mensen die per sé techniek van anderhalve eeuw oud willen blijven gebruiken is er een bedrijf wat denkt slim geweest te zijn door gloeilampen te verkopen als “Heatballs“, verwarmingsapparaten met als restproduct licht. Hun site is heerlijk eerlijk; ze claimen een efficiëntie van 95% – en dat klopt natuurlijk als een bus. Je zou bijna denken dat het een grap is, maar je kunt de lampen daadwerkelijk bestellen. Op dit moment zijn de lampen uitverkocht omdat de zending door de douane tegengehouden wordt….

Scientific American: De menselijke kosten van energie

Energiedoden

Energie kost niet alleen geld, maar ook mensenlevens. Het blad Scientific American heeft in het septembernummer een artikel geplaatst over de aantallen mensenlevens die het opwekken van een gegeven hoeveelheid elektriciteit kost, per manier van opwekking.

In het plaatje rechts (excuus voor de niet al te beste kwaliteit, ik heb de foto met mijn mobiele telefoon gemaakt) is duidelijk te zien dat de ‘fossiele drie’, steenkool, aardolie en aardgas, verreweg de meeste slachtoffers maken. Het plaatje geeft het aantal doden weer per 100 GigaWatt, een jaar lang opgewekt. Het gebruik van steenkool vergt 12 doden per 100 GWjaar, vooral bij het delven wat een ongezonde en gevaarlijke bezigheid is.

Aardolie en aardgas doen het met 9,4 resp. 7,2 doden per 100 GWjaar relatief beter maar zijn in vergelijking met duurzamere alternatieven nog steeds vrij dodelijk. Hier vallen de meeste slachtoffers in de transport- en gebruiksfase.

Kernenergie doet het met 0,73 een flink stuk beter, maar bij deze getallen zijn de doden als gevolg van de kernramp in Tsjernobyl en Fukushima nog niet meegeteld (het artikel vermeldt niet waarom). Ik kan niet inschatten hoeveel hoger het zou zijn als alle directe en indirecte doden als gevolg van vooral de ramp in Tsjernobyl meegeteld zouden zijn.

Waterkracht is, in mensenlevens gerekend, ruim een factor twee veiliger dan kernenergie met 0,27 doden per 100 GWjaar, en windenergie op land en geothermische energie zijn nog iets veiliger met 0,19 resp. 0,17 doden per 100 GWjaar.

De ster aan het energiefirmament is echter zonnestroom (fotovoltaïsche cellen, zoals ze in zonnestroompanelen zitten) met slechts 0,02 doden per 100 GWjaar, een factor zestig minder dan kolenstroom en een factor 37 minder dan kernenergie.

Het is trouwens waarschijnlijk dat de cijfers van de slachtoffers die vallen bij het delven, verwerken en gebruiken van fossiele en nucleaire brandstoffen in werkelijkheid nog flink hoger zijn dan hier vermeld, omdat het artikel zich beperkt tot de OECD-lidstaten. Dit zijn allemaal westerse, goed ontwikkelde landen waar werknemers in de energieindustrie goed beschermd worden en er relatief strenge regels op milieugebied zijn. Ook kan ik aan het artikel niet zien of doden als gevolg van de gevolgen van klimaatverandering hierin zijn meegenomen.

Hoe dan ook blijkt maar weer dat zonnestroom ook op dit gebied een erg goed idee is. Buiten het feit dat zonnestroom duurzaam en goedkoop is spaar je er dus ook nog mensenlevens mee. Nog een reden dus om snel zonnestroompanelen op het dak te leggen. Ik zou zeggen, duik de Top 50 Solar in en vraag offertes op!

Nuon Solar Team’s Ready, Set, Go(ld) evenement

De Nuna6

Eind augustus  2011 vertrekken het Nuon Solar Team en hun auto Nuna6 naar Australië om zich daar voor te gaan bereiden op deelname aan de World Solar Challenge. Om afscheid te nemen van vrienden, familie en sponsors werd vandaag het Ready, Set Go(ld) evenement gehouden in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Ik vond het erg leuk dat ik ook uitgenodigd was.

Toen ik rond 13:00 in het stadion aankwam stonden de Nuna4 en Nuna5 al klaar onder twee partytenten. Langzaam stroomden zo tussen de 100 en 200 mensen het stadion in. Een paar korte regenbuitjes dreven het publiek een paar keer onder het afdak en onder de partytenten, maar gelukkig stopte de regen precies op tijd.

Om ongeveer 13:30, na een korte videopresentatie over de voorgaande Nuna’s, kwam de Nuna6 het stadion ingereden. Na toespraken van de teamleider, Rob Kamphues en Wubbo Ockels zou de Nuna6 racen tegen de Nuna5 om zo te laten zien dat de nieuwe auto veel minder luchtweerstand heeft dan haar voorganger.

Het energie-scorebord van de beide Nuna's

Om dit aan te tonen waren de accu’s van beide auto’s gevuld met slechts 25Wh, wat heel weinig is. 25Wh is genoeg om een 100W gloeilamp voor een kwartier te laten branden, een 2000W kachel 45 seconden te laten werken of (zoals door één van de sprekers verteld) een Hummer voor slechts 2 seconden op 50km/u te houden. Beide wagens zouden op hetzelfde moment starten en ook dezelfde snelheid aanhouden. Als de Nuna6 zo efficiënt zou zijn als geclaimd zou deze een flink stuk verder moeten kunnen rijden nadat de Nuna5 haar batterij leeg gereden had.

Tijdens de race kon het publiek de snelheid, het energieverbruik, de accustatus, de afgelegde afstand en de nog af te leggen afstand op grote beeldschermen volgen.  Na de start werd het al snel duidelijk dat de Nuna6 veel efficiënter gebruik maakt van haar 25Wh. Na ongeveer vijf ronden stopte de Nuna5 ermee en rolde op momentum nog bijna een ronde door. De Nuna6 reed op dat moment nog braaf haar rondjes, wat duidelijk het verschil in energieverbruik aantoonde.

Na de race was er gelegenheid de Nuna6 van dichtbij te bekijken. Ik vind het altijd weer verrassend hoeveel groter een zonneracewagen in het echt is in vergelijking met een foto, en dat ondanks het feit dat dit de kleinste Nuna uit de serie is. Misschien komt het door hun ongewone vorm.

Nu ik de wagen van Delft van dichtbij gezien heb kon ik hem in gedachten vergelijken met de 12Connect van Twente, welke ik drie weken geleden tijdens de wind tunnel test kon bekijken. Het is duidelijk dat de beide auto’s volgens sterk verschillende filosofieën ontworpen zijn. De 21Connect heeft welvende lijnen die de uitsteeksels geleidelijk in de body doen vloeien. De Nuna6 heeft veel scherpere lijnen. Voor iemand zoals ik, die maar een vaag idee heeft van aerodynamica, is het onmogelijk te zeggen wat beter is – maar als ik eerlijk ben ziet de Nuna6 er in mijn ogen sneller uit.

Na ongeveer een uur van foto’s en video’s nemen werd het voor mij tijd om naar huis te gaan. Nuon Solar Team, Nadine, hartelijk bedankt dat ik bij dit leuke en goed georganiseerde evenement kon zijn. Ik heb genoten!

Hier is een video van het binnenkomen in het stadion van de Nuna6, en de race met de Nuna5.

Belgisch Umicore-team onthulde hun auto “Imagine”

Umicore Imagine

Gisteren, op 6 augustus, presenteerde het Umicore Solar Team hun zonneracewagen waarmee ze gaan deelnemen aan de 2011 World Solar Challenge. Het is ze gelukt alle details van hun auto geheim te houden tot aan het moment van onthulling.

De auto heeft de naam Imagine gekregen, en daarmee zet het team de traditie van namen beginnend met de letter “I” voort; de auto’s uit 2007 en 2009 heetten respectievelijk Infinity en Inspire.

Helaas heeft het team nog helemaal geen informatie over de auto gepubliceerd, maar een aantal van de mensen die bij de onthulling nabij het Atomium in Brussel waren uitgenodigd hebben wat informatie op Twitter gepubliceerd.

Siebe Brinkhof, teamleider van het Solar Team Twente, schreef op zijn Twitter-tijdlijn dat de Belgen gebruik gaan maken van een combinatie van geavanceerde triple-junction GaAs (Gallium-Arsenide) zonnecellen, gecombineerd met concentrators (spiegels of lenzen die het zonlicht concentreren) en normale silicium zonnecellen. De auto zoals hij hier afgebeeld staat heeft nog uitsluitend silicium cellen voor test- en demonstratiedoeleinden. Ik ben zeer, zeer benieuwd hoe het uiteindelijke systeem er uit zal zien. Zowel Solar Team Twente als het Michigan Solar Team hebben in het verleden concentrators toegepast. Twente met Fresnellenzen in een kantelend zonnestroompaneel en Michigan met spiegels, maar beide teams maken nu weer gebruik van normale silicium zonnecellen. Het is een gedurfde strategie van de Belgen, en wellicht maakt het deze auto tot de joker in het kaartspel.

Een ander interessant feit is dat dit team professionele coureur Vanina Ickx gestrikt heeft om de Imagine te besturen. Deze reportages van de Belgische televisie maken duidelijk dat naar aanleiding van de zware crash in 2009 de Belgen dit jaar heel veel aandacht besteed hebben aan de wegligging van de auto en aan de selectie van de coureurs.

Ik hoop dat het team zijn website snel bijwerkt met informatie over deze auto, vooral over het zonnestroomsysteem, maar ook over het formaat en gewicht. Bij het  beschikbaar komen van meer informatie zal ik dit artikel uiteraard bijwerken. Als iemand meer informatie heeft, voel je vrij het onder het artikel in de comments te plaatsen – bij voorkeur in het Engels.

-update-

In dit animatiefilmpje is enigszins te ontwaren waar de concentrators zich op de auto zullen bevinden, maar nog zeker niet hoe ze precies werken of gemonteerd zijn: